Vanaf 2 augustus 2026 moet wie een systeem voor emotieherkenning of biometrische categorisatie inzet, de blootgestelde natuurlijke personen daarover informeren. Dit volgt uit artikel 50, derde lid, van de AI Act. Maar transparantie is hier niet de eerste vraag die u moet stellen. Veel toepassingen van emotieherkenning en biometrische categorisatie zijn namelijk al verboden onder artikel 5, dat van kracht en handhaafbaar is sinds 2 februari 2025. Is uw toepassing verboden, dan maakt een nette melding haar niet alsnog toegestaan. Toets dus eerst het verbod, en kom pas daarna toe aan de meldplicht.
Deze pagina hoort bij ons praktische overzicht van artikel 50 en de gids over de rolverdeling tussen aanbieder en deployer. Wie dieper in de twijfelachtige aannames achter emotieherkenning wil duiken, leest ons overzicht van het AP-rapport. Hieronder leest u wat artikel 50(3) precies vraagt, wie de plicht draagt en waarom het verbod uit artikel 5 voorgaat.
Wat vraagt artikel 50(3) precies?
Artikel 50(3) verplicht gebruiksverantwoordelijken van een systeem voor emotieherkenning of biometrische categorisatie om de natuurlijke personen die eraan worden blootgesteld te informeren over de werking van het systeem. Daarnaast moeten zij de persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met de AVG en met overig toepasselijk recht.
De melding moet worden gegeven bij de eerste blootstelling, en moet duidelijk en toegankelijk zijn. Het gaat dus niet om een formaliteit ergens in een privacyverklaring, maar om informatie die de betrokkene daadwerkelijk bereikt op het moment dat het systeem op hem wordt toegepast.
Wie moet informeren?
De plicht ligt bij de gebruiksverantwoordelijke (deployer): de organisatie die het systeem onder eigen verantwoordelijkheid inzet. Niet bij de betrokkene die wordt gescand, en in deze bepaling ook niet bij de aanbieder van het systeem.
| Vraag | Antwoord |
|---|---|
| Wie draagt de plicht? | De deployer die het systeem inzet |
| Voor welke systemen? | Emotieherkenning en biometrische categorisatie |
| Wanneer informeren? | Bij de eerste blootstelling, duidelijk en toegankelijk |
| Vanaf wanneer? | 2 augustus 2026 |
Let op de samenhang met de AVG: biometrische gegevens zijn bijzondere persoonsgegevens. De transparantieplicht uit de AI Act komt dus bovenop de eisen die de AVG al stelt aan de verwerking van die gegevens.
Waarom het verbod uit artikel 5 voorgaat
Dit is de kern die organisaties het vaakst missen. Emotieherkenning op de werkvloer en in het onderwijs is een verboden praktijk onder artikel 5, behalve om medische of veiligheidsredenen. Dat verbod is van kracht en handhaafbaar sinds 2 februari 2025. Een werkgever die de gemoedstoestand van werknemers laat afleiden uit gezichtsuitdrukkingen of stem, of een school die hetzelfde bij leerlingen doet, valt onder dat verbod. Transparantie verandert daar niets aan: informeren maakt een verboden praktijk niet toegestaan.
Ook bij biometrische categorisatie geldt een verbod voor bepaalde categorieën. Het afleiden van ras, politieke opvattingen, lidmaatschap van een vakbond, religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging, seksleven of seksuele gerichtheid is verboden onder artikel 5. Andere vormen van biometrische categorisatie kunnen hoog-risico zijn onder Bijlage III; dat is een aparte dimensie die naast de transparantieplicht staat, niet in plaats daarvan.
Toets altijd eerst artikel 5. Valt uw toepassing onder het verbod, dan is de meldplicht uit artikel 50(3) niet meer relevant: de toepassing mag dan helemaal niet. Schending van het verbod kent bovendien een hoger boete-niveau dan een transparantieovertreding.
Welke uitzondering geldt op de meldplicht?
Op artikel 50(3) bestaat een uitzondering voor systemen die bij wet zijn toegestaan voor het opsporen, voorkomen of onderzoeken van strafbare feiten, met de daarbij behorende waarborgen. Buiten dat domein geldt de meldplicht onverkort.
Deze uitzondering is smal en gebonden aan een wettelijke grondslag. Wie zich erop beroept, moet kunnen aantonen dat de inzet bij wet is toegestaan en dat de waarborgen in acht worden genomen.
De aannames achter emotieherkenning
Er is een inhoudelijke reden om hier streng te zijn. Volgens een rapport van de Autoriteit Persoonsgegevens rust emotieherkenning op betwiste aannames, kent zij hoge foutkansen en brengt zij discriminatierisico mee. De objectieve presentatie van subjectieve en onbetrouwbare data is misleidend: een systeem dat een emotie als feit toont, wekt een schijn van zekerheid die de techniek niet waarmaakt.
Dat is precies waarom de wetgever deze toepassingen op de werkvloer en in het onderwijs heeft verboden, en waarom transparantie elders niet volstaat om het achterliggende risico weg te nemen.
Wat moet u nu doen?
Breng het gebruik in kaart
Breng in kaart waar in uw organisatie emotieherkenning of biometrische categorisatie wordt ingezet of overwogen. Denk aan HR, klantcontact, beveiliging en onderwijsomgevingen.
Toets eerst artikel 5
Toets per toepassing eerst artikel 5: valt zij onder het verbod (werkvloer, onderwijs, of een verboden categorie), dan stopt u daar. Is zij niet verboden, beoordeel dan of zij hoog-risico is onder Bijlage III.
Bouw melding in en volg de AVG
Voor de toepassingen die overblijven: bouw de melding in bij de eerste blootstelling, duidelijk en toegankelijk, en breng de verwerking in lijn met de AVG. Bewaar bewijs van de melding en de grondslag.
Wie deze volgorde aanhoudt, voorkomt de klassieke fout: een nette meldtekst bouwen voor een toepassing die helemaal niet mag.
Veelgestelde vragen over emotieherkenning en biometrische categorisatie
Praktische vragen over de meldplicht uit artikel 50(3) en het verbod uit artikel 5 van de AI Act.