De transparantieverplichtingen uit artikel 50 van de AI Act gaan in op 2 augustus 2026 en zijn door de Digital Omnibus niet uitgesteld. Vanaf die datum moet een AI-systeem dat rechtstreeks met mensen communiceert kenbaar maken dat het AI is, moet gegenereerde audio, beeld, video en tekst machineleesbaar gemarkeerd zijn als kunstmatig, en moeten deepfakes als kunstmatig herkenbaar worden gemaakt. Voor generatieve systemen die al voor 2 augustus 2026 op de markt waren, geldt voor de machineleesbare markering uit artikel 50(2) een overgangstermijn tot 2 december 2026.
Dit is voor veel organisaties de scherpste AI Act-deadline met handhaving in 2026. Waar de high-risk verplichtingen uit Bijlage III via de Digital Omnibus naar 2 december 2027 zijn verschoven, blijft artikel 50 staan op 2 augustus 2026. De Digital Omnibus is op 19 november 2025 door de Commissie gepubliceerd, kreeg op 6 en 7 mei 2026 een voorlopig politiek akkoord en is op 16 juni 2026 door het Europees Parlement geendorseerd, maar is eind juni 2026 nog niet formeel aangenomen en niet in het Publicatieblad verschenen. Tot die publicatie blijft de originele tekst van Verordening (EU) 2024/1689 juridisch leidend. Hieronder leest u wat artikel 50 precies vraagt, wie wat moet doen per rol, en welke stappen u nu zet.
Wat vraagt artikel 50 precies?
Artikel 50 regelt transparantie: mensen moeten weten wanneer zij met AI te maken hebben of naar AI-gegenereerde inhoud kijken. Het is geen high-risk regime. Er is geen conformiteitsbeoordeling, geen technische documentatie volgens Bijlage IV en geen registratie in een EU-databank nodig. De plicht is directer: maak de inzet van AI kenbaar, uiterlijk bij de eerste interactie of blootstelling, op een duidelijke en onderscheidbare manier, en toegankelijk voor mensen met een beperking.
De verplichtingen vallen uiteen in vier onderdelen, verdeeld over aanbieders en gebruiksverantwoordelijken. Een aanbieder (provider) ontwikkelt het AI-systeem of brengt het onder eigen naam op de markt. Een gebruiksverantwoordelijke (deployer) zet het systeem in onder eigen verantwoordelijkheid. Veel organisaties zijn voor verschillende systemen tegelijk aanbieder en deployer, en moeten dus per systeem bepalen welke plicht bij hen ligt.
Wie moet wat, per rol?
De volgende tabel zet de vier onderdelen van artikel 50 naast de rol die de verplichting draagt en de ingangsdatum.
| Onderdeel | Wat | Rol | Ingang |
|---|---|---|---|
| 50(1) | Chatbot of AI-interactie kenbaar maken | Aanbieder | 2 augustus 2026 |
| 50(2) | Gegenereerde audio, beeld, video, tekst machineleesbaar markeren | Aanbieder | 2 augustus 2026, bestaande systemen tot 2 december 2026 |
| 50(3) | Personen informeren bij emotieherkenning of biometrische categorisatie | Deployer | 2 augustus 2026 |
| 50(4) | Deepfakes en bepaalde AI-tekst voor publieke informatie zichtbaar markeren | Deployer | 2 augustus 2026 |
Artikel 50(1) ligt bij de aanbieder. Een systeem dat bedoeld is om rechtstreeks met mensen te communiceren, zoals een chatbot of virtuele assistent, moet zo zijn ontworpen dat de betrokkene weet dat hij met AI praat. Dit hoeft niet wanneer dat voor een redelijk oplettend persoon evident is.
Artikel 50(2) ligt eveneens bij de aanbieder en is technisch de meest veeleisende plicht. Generatieve systemen die audio, beeld, video of tekst produceren, moeten die output in een machineleesbaar formaat markeren en detecteerbaar maken als kunstmatig gegenereerd of gemanipuleerd. Dit raakt aan watermerking en herkomststandaarden zoals C2PA. Voor systemen met een louter ondersteunende, redactionele functie, zoals een spellingcorrector, geldt een uitzondering.
Artikel 50(3) ligt bij de deployer. Wie een systeem voor emotieherkenning of biometrische categorisatie inzet, moet de blootgestelde personen daarover informeren. Let op: bepaalde vormen van emotieherkenning zijn als verboden praktijk al sinds 2 februari 2025 niet toegestaan, dus toets eerst artikel 5 voordat u op de transparantieroute leunt.
Artikel 50(4) ligt ook bij de deployer en kent twee takken. Wie een deepfake genereert of manipuleert, moet bekendmaken dat de inhoud kunstmatig is. Voor artistiek, creatief, satirisch of fictioneel werk geldt een lichtere vorm: de melding mag het kunstgenot niet in de weg zitten. Daarnaast moet AI-gegenereerde tekst die wordt gepubliceerd om het publiek te informeren over zaken van algemeen belang, als zodanig worden gemarkeerd, tenzij de tekst onder menselijke redactionele verantwoordelijkheid is gecontroleerd.
Veel organisaties zijn aanbieder en deployer tegelijk. Wie een extern model integreert in een eigen dienst, zit vaak in een gemengde positie en moet contractueel vastleggen wie de machineleesbare markering levert. Leg die afspraak vast voordat het systeem live gaat.
Wat is de rol van watermarking en de overgangstermijn?
De machineleesbare markering uit artikel 50(2) is de enige plicht met een aparte overgangstermijn. Generatieve AI-systemen die al voor 2 augustus 2026 op de EU-markt waren, krijgen tot 2 december 2026 om die markering op orde te brengen. Voor systemen die na 2 augustus 2026 op de markt komen, geldt de verplichting direct vanaf die datum. Behandel 2 december 2026 dus als een vangnet voor bestaande systemen, niet als de standaarddeadline.
De overige drie onderdelen van artikel 50 kennen geen overgangstermijn. Chatbot-disclosure, het informeren bij emotieherkenning of biometrie, en de markering van deepfakes en publieke AI-tekst gelden onverkort vanaf 2 augustus 2026.
Welke stappen zet u nu?
Een praktische voorbereiding verloopt in vier stappen die u nog ruim voor de deadline kunt afronden.
Inventariseer welke systemen onder artikel 50 vallen
Breng in kaart welke systemen rechtstreeks met klanten of medewerkers communiceren, welke content genereren die wordt gepubliceerd of gedeeld, en welke draaien op emotieherkenning of biometrie. Elk van die categorieen raakt een onderdeel van artikel 50.
Wijs per systeem de rol toe
Bepaal of u aanbieder, deployer of beide bent. De plichten onder 50(1) en 50(2) liggen bij de aanbieder, die onder 50(3) en 50(4) bij de deployer. Leg bij externe modellen contractueel vast wie de markering verzorgt.
Richt de melding en de markering technisch in
Voeg de chatbot-disclosure toe, regel het informeren bij biometrie of emotieherkenning, en bereid de machineleesbare markering voor via standaarden als C2PA. Dit is het onderdeel dat de meeste doorlooptijd vraagt, omdat watermerking en herkomstsignalen niet van de ene op de andere dag staan.
Leg een bewijslaag aan
Artikel 50 vraagt geen formele conformiteitsbeoordeling, maar een toezichthouder zal bij een klacht willen zien dat de disclosure er was en hoe die was vormgegeven. Bewaar screenshots, configuraties en interne beleidsregels, zodat u aantoonbaar kunt laten zien dat de melding er stond vanaf de eerste interactie.
Wat gebeurt er bij niet-naleving?
Vanaf 2 augustus 2026 valt artikel 50 onder de handhaving van de bevoegde nationale toezichthouders. In Nederland wordt het toezicht op de AI Act ingericht met de Autoriteit Persoonsgegevens en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur in een coordinerende rol. Bij overtreding van de transparantieverplichtingen kan een boete via de toezichthouder volgen, die volgens de verordening kan oplopen tot 15 miljoen euro of 3 procent van de wereldwijde jaaromzet, afhankelijk van welk bedrag hoger is. Dat maakt artikel 50 de scherpste deadline met handhaving van 2026.
Hoe brengt u dit in uitvoering?
De juridische uitleg is een ding, de implementatie een ander. Voor de uitvoering voert Embed AI een artikel 50-transparantiecheck uit: een gerichte scan die per systeem de rol bepaalt, de vier onderdelen langsloopt, de melding en markering inregelt en de bewijslaag ordent. Dat sluit aan op de bredere AI governance scan en de Readiness Sprint waarin transparantie samenkomt met inventarisatie, risicoclassificatie en governance.
De menselijke kant van transparantie begint bij bewustzijn. Medewerkers moeten herkennen wanneer een systeem onder artikel 50 valt en weten dat de disclosure er hoort te staan. LearnWize legt dat medewerkersbewustzijn per rol aantoonbaar vast met assessments, leerpaden en trainingsregistraties, zodat de menselijke laag naast de technische markering op orde is. Voor de bredere achtergrond bij de deadline en de samenhang met de Digital Omnibus kunt u de AI Act readiness routekaart raadplegen.
Veelgestelde vragen over artikel 50 transparantie
Korte, citeerbare antwoorden voor organisaties die zich voorbereiden op 2 augustus 2026.