Responsible AI Platform

Deepfakes herkenbaar maken: wat de AI Act vanaf 2 augustus 2026 van u vraagt

··7 min leestijd

Vanaf 2 augustus 2026 moet iedere organisatie die met AI een deepfake genereert of manipuleert, kenbaar maken dat de inhoud kunstmatig is gegenereerd of gemanipuleerd. Dit volgt uit artikel 50, vierde lid, van de AI Act en geldt voor beeld, audio en video die echt lijken. Tekst valt hier uitdrukkelijk niet onder; daarvoor geldt een aparte en veel smallere regel. De plicht is door de Digital Omnibus niet uitgesteld en kent geen overgangstermijn: zij geldt onverkort vanaf 2 augustus 2026.

Deze pagina hoort bij ons praktische overzicht van artikel 50 en de gids over de rolverdeling tussen aanbieder en deployer. Hieronder leest u wat de deepfake-plicht precies inhoudt, wie haar draagt, hoe de melding eruit moet zien en welke uitzonderingen gelden.

Wat is een deepfake volgens de AI Act?

De AI Act definieert een deepfake als door AI gegenereerde of gemanipuleerde beeld-, audio- of video-inhoud die lijkt op bestaande personen, voorwerpen, plaatsen, entiteiten of gebeurtenissen, en die ten onrechte authentiek of waarheidsgetrouw zou overkomen. De kern zit in dat laatste: de inhoud zou door een kijker of luisteraar voor echt kunnen worden aangezien. Een volledig fantasierijk beeld dat niemand voor echt houdt, valt er niet onder.

Belangrijk: tekst is geen deepfake. Een door AI geschreven artikel is iets anders dan een nagemaakte video, en valt onder een eigen regel over AI-tekst voor publieke informatie. Verwar die twee niet.

Wie moet een deepfake melden?

De plicht ligt bij de gebruiksverantwoordelijke (deployer): de organisatie die het AI-systeem onder eigen verantwoordelijkheid inzet om de deepfake te maken of te bewerken. Niet bij de toevallige kijker, en in deze bepaling ook niet bij de aanbieder van het model.

VraagAntwoord
Wie draagt de plicht?De deployer die de deepfake genereert of manipuleert
Voor welke inhoud?Beeld, audio en video die echt lijken
Vanaf wanneer?2 augustus 2026, geen overgangstermijn
Geldt het ook voor tekst?Nee, daarvoor geldt een aparte regel

Het misverstand dat dit alleen iets is voor kwaadwillenden of voor de techbedrijven die de modellen bouwen, is precies waar organisaties de fout in gaan. Een marketingteam dat een synthetische woordvoerder inzet, een gemeente die een AI-presentator gebruikt, of een opleider die een bewerkte instructievideo publiceert: dat zijn allemaal deployers met een meldplicht.

Hoe en wanneer moet de melding?

De melding moet duidelijk en onderscheidbaar zijn, en uiterlijk bij de eerste blootstelling worden gegeven. Zij moet bovendien toegankelijk zijn voor mensen met een beperking. Een melding die feitelijk onvindbaar is, voldoet niet.

In de praktijk faalt een melding die:

  • in kleine letters in een voettekst staat;
  • als een vaag of nauwelijks zichtbaar label op het beeld is geplaatst;
  • maar kort opflitst in een video;
  • is weggestopt in algemene voorwaarden;
  • in vage bewoordingen is gesteld.

De Europese Commissie werkt aan een Code of Practice met een gestandaardiseerd label voor AI-gegenereerde inhoud en met onderscheid tussen volledig AI-gegenereerd en AI-ondersteund materiaal. Wie die lijn volgt, toont eenvoudiger aan dat de melding voldoet. De Code is nog niet definitief, maar geeft een duidelijke richting.

Welke uitzonderingen gelden?

De plicht is niet absoluut. Voor artistiek, creatief, satirisch of fictioneel werk geldt een lichtere vorm: de melding moet er zijn, maar mag op een passende manier worden gegeven zodat zij het kunstgenot niet in de weg zit. Voor inhoud die kennelijk fantastisch of onmogelijk is, en die dus niemand voor echt houdt, geldt de plicht niet. Daarnaast bestaat een uitzondering voor inhoud die rechtmatig wordt ingezet voor het opsporen, voorkomen of onderzoeken van strafbare feiten.

Deze uitzonderingen zijn krachtig, maar vragen discipline. Wie zich op de artistieke uitzondering beroept, moet kunnen uitleggen waarom de inhoud daaronder valt en waarom de gekozen meldvorm passend is.

Deepfake-melding versus machineleesbare markering

Twee plichten worden vaak door elkaar gehaald. De zichtbare deepfake-melding uit artikel 50(4) ligt bij de deployer. De machineleesbare markering uit artikel 50(2), zoals een watermerk of herkomstgegevens volgens een standaard als C2PA, ligt bij de aanbieder van het generatieve systeem. Wie een extern model integreert in een eigen dienst, kan met beide te maken krijgen en doet er goed aan contractueel vast te leggen wie wat verzorgt.

Wat moet u nu doen?

1

Breng AI-gebruik in kaart

Breng in kaart waar in uw organisatie AI wordt gebruikt om realistisch beeld, audio of video te maken of te bewerken. Denk aan marketing, communicatie, opleiding en interne video.

2

Bepaal uw rol en meldvorm

Bepaal per toepassing of u deployer bent en of de inhoud onder de deepfake-definitie valt. Leg vast welke meldvorm u kiest en waar de melding verschijnt.

3

Bouw de melding in het proces

Bouw de melding in uw publicatieproces, niet als losse handeling achteraf. Bewaar bewijs: screenshots, beleid en de plek waar het label staat.

Wie dit voor de zomer inregelt, hoeft op 2 augustus 2026 niet te improviseren met losse labels.

Veelgestelde vragen over deepfake-transparantie

Praktische vragen over de meldplicht voor deepfakes onder artikel 50(4) van de AI Act.

⚖️ Genoemde wetgeving