Responsible AI Platform

Moet uw chatbot zeggen dat hij AI is? Wat artikel 50 vanaf 2 augustus 2026 vraagt

··6 min leestijd

Vanaf 2 augustus 2026 moet iedere aanbieder van een AI-systeem dat bedoeld is om rechtstreeks met natuurlijke personen te communiceren, dat systeem zo ontwerpen dat de betrokkene weet dat hij met een AI-systeem communiceert. Dit volgt uit artikel 50, eerste lid, van de AI Act en geldt bijvoorbeeld voor chatbots en spraakassistenten. De plicht vervalt alleen wanneer het voor een redelijk geinformeerde, oplettende en omzichtige persoon evident is, gelet op de omstandigheden en context. De plicht is door de Digital Omnibus niet uitgesteld en kent geen overgangstermijn: zij geldt onverkort vanaf 2 augustus 2026.

Deze pagina hoort bij ons praktische overzicht van artikel 50 en de gids over de rolverdeling tussen aanbieder en deployer. Omdat alleen melden niet genoeg is, leest u hieronder ook waarom de waarschuwing van de Autoriteit Persoonsgegevens over chatbots met stemadvies hier rechtstreeks op aansluit.

Wat vraagt artikel 50(1) precies?

Artikel 50(1) verplicht de aanbieder om een AI-systeem dat rechtstreeks met mensen communiceert zo te ontwerpen dat de gebruiker weet dat hij met een AI-systeem communiceert. Het is dus geen losse mededeling achteraf, maar een ontwerpplicht: de wetenschap dat het om AI gaat moet in het systeem zelf zijn ingebouwd.

De melding moet uiterlijk bij de eerste interactie worden gegeven, duidelijk en onderscheidbaar zijn, en toegankelijk voor mensen met een beperking. Een melding die feitelijk onvindbaar is, voldoet niet.

Wie moet de melding verzorgen?

De plicht ligt bij de aanbieder (provider): degene die het AI-systeem ontwikkelt of onder eigen naam of merk op de markt brengt. Omdat het een ontwerpplicht is, hoort de melding bij het systeem zelf, niet bij de toevallige toepassing ervan.

VraagAntwoord
Wie draagt de plicht?De aanbieder die het systeem ontwikkelt of onder eigen naam aanbiedt
Voor welke systemen?AI-systemen die rechtstreeks met natuurlijke personen communiceren
Wanneer moet de melding?Uiterlijk bij de eerste interactie
Vanaf wanneer geldt het?2 augustus 2026, geen overgangstermijn

Het misverstand dat een klein zinnetje "ik ben een AI" volstaat, is precies waar organisaties de fout in gaan. De melding moet duidelijk en onderscheidbaar zijn, en het ontwerp moet die wetenschap dragen vanaf het eerste contact.

Wanneer hoeft de melding niet?

De plicht is niet absoluut. Zij vervalt wanneer het voor een redelijk geinformeerde, oplettende en omzichtige persoon evident is dat hij met een AI-systeem te maken heeft, gelet op de omstandigheden en context. Daarnaast geldt een uitzondering voor AI-systemen die bij wet zijn toegestaan om strafbare feiten op te sporen, te voorkomen of te onderzoeken, met passende waarborgen. Die uitzondering vervalt weer wanneer het systeem voor het publiek beschikbaar is om strafbare feiten te melden.

Wie zich op de evidentie-uitzondering beroept, moet kunnen uitleggen waarom het voor een gemiddelde gebruiker werkelijk duidelijk is. Bij twijfel is melden de veilige keuze.

Alleen melden is niet genoeg

De meest onderschatte fout is denken dat de plicht ophoudt bij de mededeling dat het AI is. Een chatbot die gebruikers stuurt, blijft riskant ook als hij netjes meldt dat hij AI is. De Autoriteit Persoonsgegevens stelde vast dat chatbots systematisch gekleurd stemadvies gaven. Impliciete sturing is daarbij even riskant als expliciet advies.

Goede inrichting van een chatbot betekent meer dan een AI-melding. Stel duidelijke grenzen aan wat de bot wel en niet doet, bouw escalatie naar een mens in, en zorg voor aantoonbare monitoring van wat de bot tegen gebruikers zegt. Zo voorkomt u dat de bot ongemerkt mensen stuurt.

Hoe verhoudt dit zich tot de rest van artikel 50?

Deze meldplicht voor directe AI-interactie staat los van twee andere plichten. De machineleesbare markering van AI-gegenereerde inhoud staat in artikel 50(2). De zichtbare melding bij deepfakes staat in artikel 50(4). Een chatbot kan onder 50(1) vallen terwijl de inhoud die hij produceert onder een andere regel valt. Houd die plichten uit elkaar en bepaal per geval welke van toepassing is.

Wat moet u nu doen?

1

Breng communicerende AI in kaart

Breng in kaart welke AI-systemen in uw organisatie rechtstreeks met klanten of burgers communiceren. Denk aan chatbots, spraakassistenten en geautomatiseerde gesprekskanalen.

2

Bouw de AI-melding in het ontwerp

Bepaal per systeem of u aanbieder bent en bouw de AI-melding in het ontwerp in, uiterlijk bij de eerste interactie, duidelijk en onderscheidbaar en toegankelijk voor mensen met een beperking.

3

Stel grenzen en richt monitoring in

Stel grenzen aan wat de bot doet, bouw escalatie naar een mens in en richt monitoring in op sturend gedrag. Bewaar bewijs: beleid, schermafbeeldingen en logging.

Wie dit voor de zomer inregelt, hoeft op 2 augustus 2026 niet te improviseren met een losse melding.

Veelgestelde vragen over de AI-meldplicht voor chatbots

Praktische vragen over de meldplicht voor directe AI-interactie onder artikel 50(1) van de AI Act.

⚖️ Genoemde wetgeving