Op 4 februari 2026 publiceerde Ierland de General Scheme of the Regulation of Artificial Intelligence Bill 2026. Daarmee is het de eerste EU-lidstaat die een concreet nationaal wetsvoorstel op tafel legt voor de implementatie van de AI Act. Terwijl de meeste lidstaten nog worstelen met de vraag hoe ze hun toezichtlandschap moeten inrichten, heeft Dublin een keuze gemaakt - en die keuze is het bestuderen waard.
Wat Ierland heeft besloten
De AI Act is een EU-verordening en heeft dus directe werking in alle lidstaten. Maar de verordening laat bewust ruimte voor nationale invulling op een cruciaal punt: toezicht en handhaving. Artikel 70 van de AI Act verplicht elke lidstaat om ten minste een nationale bevoegde autoriteit aan te wijzen en een single point of contact in te richten voor de Europese Commissie en andere lidstaten.
Ierland kiest voor wat het zelf een distributed model noemt. Dat betekent: bestaande sectorale toezichthouders krijgen bevoegdheden voor AI-toezicht binnen hun eigen domein. Denk aan de financiele toezichthouder voor AI in de banksector, de telecomtoezichthouder voor AI in communicatie, enzovoort.
Boven die sectorale laag komt een nieuw orgaan: de AI Office of Ireland (Oifig Intleachta Shaorga na hEireann). Dit wordt een zelfstandig bestuursorgaan onder het Department of Enterprise, Tourism and Employment. De AI Office krijgt drie kerntaken:
- Single Point of Contact voor de EU en andere lidstaten
- Centrale coordinatie tussen de verschillende sectorale toezichthouders
- Handhaving waar geen sectorale toezichthouder bevoegd is, plus regels over sancties
Kern van de Ierse aanpak: geen volledig nieuw toezichtapparaat, maar slim gebruik van bestaande sectorale expertise met een centraal coordinatiepunt. De AI Office functioneert als spin in het web, niet als allesbepalende supertoezichthouder.
Hoe Nederland het aanpakt
Nederland heeft ook gekozen voor een verdeeld toezichtmodel, maar de invulling verschilt op belangrijke punten. In de Nederlandse opzet zijn twee hoofdtoezichthouders aangewezen:
- De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) als coordinator en toezichthouder voor AI-systemen die raken aan fundamentele rechten en persoonsgegevens
- De Autoriteit Consument & Markt (ACM) voor AI-systemen in de markt, met focus op eerlijke concurrentie en consumentenbescherming
Daarnaast spelen sectorale toezichthouders zoals de AFM, DNB en de Inspectie Gezondheidszorg een rol binnen hun eigen domeinen. Het Nederlandse model is daarmee vergelijkbaar met het Ierse, maar kent een belangrijk verschil: Nederland heeft (nog) geen centraal AI-kantoor als apart orgaan opgericht. De coordinatierol ligt bij de AP, die tegelijkertijd ook inhoudelijk toezichthouder is.
Drie lessen uit Dublin
1. Een dedicated coordinatiepunt voorkomt verwarring
De Ierse keuze voor een zelfstandige AI Office als coordinator - los van de inhoudelijke toezichthouders - heeft voordelen. Een apart orgaan dat zich volledig richt op coordinatie kan neutraal opereren. Het hoeft geen eigen handhavingsbelangen af te wegen tegen de coordinatierol.
In Nederland valt de coordinatierol samen met de toezichtrol bij de AP. Dat is efficienter, maar creëert een potentieel spanningsveld. Wat als de AP als coordinator een lijn uitzet die haar eigen handhavingspraktijk raakt? In de praktijk zal die dubbelrol aandacht vragen.
2. Snelheid telt bij implementatie
Ierland toont aan dat het mogelijk is om minder dan twee jaar na de inwerkingtreding van de AI Act (augustus 2024) een concreet wetsvoorstel te presenteren. Die snelheid is relevant, want de eerste handhavingsmomenten naderen snel. Verboden AI-praktijken zijn al sinds februari 2025 van kracht. De bredere handhaving van hoog-risico-systemen start in augustus 2026.
Nederland heeft de toezichthouders aangewezen, maar een vergelijkbaar wetsvoorstel voor de procedurele en organisatorische onderbouwing van dat toezicht is er nog niet. Dat betekent dat de AP en ACM opereren op basis van de directe werking van de verordening, zonder aanvullende nationale wetgeving die hun specifieke bevoegdheden, procedures en sanctiemogelijkheden nader regelt.
3. Sanctieregime moet helder zijn
Het Ierse wetsvoorstel bevat expliciete bepalingen over sancties bij overtredingen. De AI Act stelt in artikel 99 maximale boetes vast (tot 35 miljoen euro of 7% van de wereldwijde jaaromzet), maar laat de precieze invulling van het sanctieregime aan de lidstaten. Ierland pakt dat nu wettelijk op.
Nederland zal vergelijkbare keuzes moeten maken. Welke boetecategorieen gelden? Hoe verhoudt het AI Act-sanctieregime zich tot bestaande boetemogelijkheden van de AP (onder de AVG) en de ACM (onder de Mededingingswet)? Die duidelijkheid is niet alleen voor toezichthouders belangrijk, maar vooral voor organisaties die willen weten waar ze aan toe zijn.
Let op de deadline: Augustus 2026 is de grote handhavingsdeadline voor hoog-risico AI-systemen. Organisaties die opereren in meerdere EU-lidstaten moeten rekening houden met verschillende nationale toezichtstructuren. De Ierse AI Office zal mogelijk anders opereren dan de Nederlandse AP of de Franse CNIL.
Wat dit betekent voor organisaties
Voor bedrijven en instellingen die AI-systemen ontwikkelen of gebruiken, heeft de Ierse stap directe relevantie:
- Multinationals met activiteiten in Ierland (en dat zijn er veel, gezien de sterke tech-aanwezigheid daar) krijgen nu zicht op het concrete toezichtlandschap. De AI Office wordt het eerste aanspreekpunt.
- Nederlandse organisaties doen er goed aan om de ontwikkeling in Ierland te volgen als referentiekader. De keuzes die Dublin maakt rond sancties en bevoegdheidsverdeling kunnen vooruitlopen op wat Den Haag uiteindelijk besluit.
- Pan-Europese compliance wordt complexer naarmate lidstaten uiteenlopende toezichtstructuren optuigen. Een AI-systeem dat in Ierland wordt beoordeeld door de AI Office, kan in Nederland onder de AP vallen en in Duitsland onder weer een ander orgaan.
Vooruitblik
Ierland heeft de eerste stap gezet. Andere lidstaten zullen volgen, en de diversiteit aan nationale benaderingen wordt de komende maanden zichtbaar. Voor de AI Act als geheel is dat een test: kan een Europese verordening effectief functioneren als elke lidstaat een eigen toezichtarchitectuur kiest?
De komende maanden zal blijken of het Nederlandse model - coordinatie bij een bestaande toezichthouder - even effectief is als het Ierse model met een dedicated AI Office. Wat vaststaat: organisaties kunnen niet langer wachten op volledige nationale duidelijkheid. De AI Act geldt nu, en de handhaving is begonnen.