Responsible AI Platform

Artikel 50 AI Act

Transparantieverplichtingen voor AI-systemen die niet high-risk zijn

Veel organisaties vallen niet direct onder Annex III, maar moeten wel duidelijk maken wanneer mensen met AI interacteren of wanneer content met AI is gegenereerd of gemanipuleerd. Dit is de Artikel 50-route.

Eerst classificeren

Voorkom dat een organisatie een low-risk chatbot behandelt als Annex III, of juist een high-risk usecase wegzet als simpele disclosure.

Daarna melden en vastleggen

Koppel de melding aan de context: schermtekst, contentlabel, machineleesbare markering, interne werkinstructie en reviewmoment.

Praktische uitleg voor teams

De pagina is geschreven als praktische uitleg voor juristen, compliance teams, AI-verantwoordelijken en beslissers.

De vier Artikel 50-scenario’s

Artikel 50 noemt verschillende verplichtingen voor providers en deployers. Welke rol je hebt, bepaalt welk bewijs en welke uitvoering nodig is.

Scenario 1

Mensen interacteren direct met AI

Bij chatbots, AI-assistenten en andere directe interacties moet duidelijk zijn dat iemand met een AI-systeem te maken heeft, tenzij dit in de context vanzelfsprekend is.

Scenario 2

AI genereert synthetische content

Bij synthetische audio, beeld, video of tekst moet de output, waar technisch haalbaar, machineleesbaar gemarkeerd en als kunstmatig gegenereerd of gemanipuleerd detecteerbaar zijn.

Scenario 3

Emotieherkenning of biometrische categorisatie

Wanneer personen worden blootgesteld aan emotieherkenning of biometrische categorisatie, moet de werking van het systeem vooraf duidelijk worden gemaakt en moet de AVG-route kloppen.

Scenario 4

Deepfakes en publieke AI-tekst

Bij deepfakes en bepaalde AI-gegenereerde tekst die het publiek informeert over publieke aangelegenheden is een duidelijke disclosure nodig, met specifieke uitzonderingen.

Werkvolgorde

Zo voorkom je over- of onderclassificatie

  1. 1Bepaal eerst of het systeem onder de AI Act-definitie valt.
  2. 2Sluit verboden praktijken uit en controleer daarna Annex III high-risk.
  3. 3Leg vast of Artikel 50 zelfstandig geldt of bovenop een andere route komt.
  4. 4Ontwerp de melding, markering of disclosure op het moment dat mensen die nodig hebben.
  5. 5Bewaar bewijs: systeemregister, schermteksten, contentproces, verantwoordelijke rol en periodieke review.

Veelgestelde vragen

Gelden transparantieverplichtingen alleen voor high-risk AI?

Nee. Artikel 50 staat naast de Annex III high-risk route. Een AI-systeem kan buiten high-risk vallen en toch een duidelijke melding, label of detecteerbare markering nodig hebben.

Wanneer is de Artikel 50-route relevant?

De route is relevant bij directe interactie met AI, synthetische audio, beeld, video of tekst, emotieherkenning, biometrische categorisatie, deepfakes en bepaalde AI-gegenereerde tekst voor publieke informatie.

Vervangt transparantie een risicoclassificatie?

Nee. Begin met classificatie: verboden praktijk, Annex III high-risk, GPAI, Artikel 50 of minimale verplichtingen. Transparantie kan daarna een eigen verplichting zijn of onderdeel van een bredere high-risk route.

Wat moet een organisatie praktisch vastleggen?

Leg vast welk AI-systeem wordt gebruikt, wie provider of deployer is, welk Artikel 50-scenario geldt, welke melding of markering wordt gebruikt, wanneer personen die informatie krijgen en wie dit periodiek controleert.

Bepaal eerst of je Annex III, Artikel 50 of beide routes nodig hebt

Start met een korte risicobeoordeling en leg daarna gericht vast welke meldingen, labels, training en governance nodig zijn.